Gedicht

Ik heb een kuil gegraven

Ik heb een kuil gegraven.

Een grote, diepe kuil.

In mijn armen heb ik je er heen gedragen

En zacht heb ik je neergelegd.

In mijn hart heb ik woorden gesproken,

Die mijn mond nooit tegen een mens hebben gezegd.

 

De herinnering aan je jonge jaren,

Aan alles wat je deed voor mij.

De zachte glans van je gele haren,

Je zachte aard, zo trouw en toch zo vrij.

’t Begrip in je trouwe hondenogen.

Je grote bereidheid alles voor mij te doen,

Wat lag in jouw vermogen.

Uit dank, een lik op mijn hand, als zoen.

Maar je werd oud, en stram,

En kreeg steeds meer kwalen.

Een gezwel, dat je bijna je adem ontnam.

’t Was duidelijk, je zou ’t wel niet lang meer halen.

Toen heb ik je voor erger gespaard.

Je bent zacht en vredig heengegaan.

In mijn hart heb ik de herinnering bewaard,

 

Aan mijn trouwste vriend die ooit heeft bestaan.

Ik heb een kuil gegraven.

Een grote, diepe kuil.

In mijn armen heb ik je er heen gedragen.

Ik was zo aan je gehecht,

Dat mijn hart de woorden heeft gesproken,

Die mijn lippen nooit tegen een mens hebben gezegd.